Wat leerde Vincent van Japanse prenten? Yoshitoshi. Meester van de Maan
Bovenaan:
Utagawa Kuniyoshi, Het eenzame huis op de Adachi-heide.
Houtsnede-diptiek, ōban tate-e (24,4 bij 38cm). Datum 1856 (3e maand)
De legende achter deze prent is het bloedstollende en tragische verhaal van de Onibaba van Adachigahara (ook bekend als de demonenheks van Kurozuka). Dit is een van de beroemdste horrorverhalen uit de Japanse folklore. Een oude vrouw, met een mes in de ene hand en een kruik in de andere, staat op het punt haar gevangen dochter te vermoorden. Een jongeman (een incarnatie van de bodhisattva Kannon[1]) kijkt toe vanachter een kamerscherm.
Vanaf 1 oktober brengt de gevierde printserie Honderd gedaantes van de maan verhalen van krijgers, geliefden, historische figuren en mythische wezens naar het Van Gogh Museum:
Honderd prenten, honderd verhalen, en steeds opnieuw de maan.
In de kleinschalige tentoonstelling Yoshitoshi. Meester van de maan is voor het eerst in het Van Gogh Museum de beroemde prentenserie Honderd gedaantes van de maan te zien van de Japanse kunstenaar Tsukioka Yoshitoshi (1839-1892).
Ontdek historische figuren, krijgers, geliefden en mythische wezens. Yoshitoshi brengt hun verhalen tot leven met krachtige lijnen, intense kleuren en opvallende composities.
De tentoonstelling laat zien waarom Yoshitoshi geldt als de laatste grote meester en vernieuwer van de Japanse prentkunst.
Van Gogh’s inspiratie uit Japan
Vincent van Gogh hield van Japanse prints. Hij begon afdrukken te verzamelen voor de lol, maar uiteindelijk leerden ze hem een nieuwe manier van kijken naar de wereld. Ontdek hoe Japanse prints de kunst van Vincent voorgoed hebben veranderd.
Afbeeldingen vergroten door te klikken

Vincent van Gogh was enorm enthousiast over Japanse prentkunst en hij was niet de enige. In de tweede helft van de 19de eeuw was er grote bewondering voor vrijwel alles wat uit Japan kwam. Dit japonisme ging aanvankelijk aan Vincent voorbij.
In Nederland bestudeerden maar weinig kunstenaars de Japanse kunst. In Parijs was het mode. Daar ontdekte Vincent de impact die de Japanse kunst op Europa had, toen hij zijn kunst wilde gaan moderniseren.

Prenten verzamelen
Vincent kocht zijn eerste stapel Japanse houtsneden in Antwerpen. Hij speldde ze op de muur van zijn kamer. Begin 1886 trok Vincent in bij zijn broer in Parijs. Samen legden zij een flinke verzameling prenten aan. Japan was nu eenmaal in de mode. Misschien werd hij daartoe ook aangespoord door zijn kunstenaarsvrienden onder wie de Franse schilder Henri de Toulouse-Lautrec, fervent verzamelaar van japonaiserieën. Hoe groot Vincents verzameling destijds was, is onbekend. Zelf sprak hij in zijn brieven van ‘honderden’.
Al gauw beschouwde Vincent de prenten niet alleen meer als een aardigheidje. Hij zag ze als artistiek voorbeeld en schatte de houtsneden even hoog in als de klassieke hoogtepunten in de Europese kunstgeschiedenis. Ze leerden hem op een andere manier kijken naar de wereld.

Japanse sijl
Japanse kunstenaars lieten in de compositie vaak het middenplan weg. Objecten in de voorgrond werden soms vergroot. Ook hielden zij regelmatig de horizon buiten beeld. Of kozen zij voor abrupte afsnijdingen van de beeldelementen aan de rand.
Europese kunstenaars leerden zo dat ze hun kunstwerken niet altijd traditioneel hoefden in te delen - van dichtbij naar ver weg, zoals in een kijkdoos.
Vincent schilderde een paar keer kopieën naar Japanse prenten. In dit schilderij vulde hij de voorstelling van de pruimenboomgaard aan met een oranje kader waarop hij Japanse karakters plaatste. Die nam hij over van een andere houtsnede. Zo maakte hij zijn werk nog 'exotischer'.


Vincents Bloeiende pruimenboomgaard (1887) en de prent van Hiroshige waar dit op is geïnspireerd. Vincent van Gogh, Courtisane(after Eisen), 1887
Japanse blik
Vincent nam de Japanse vondsten over. Wat hem aansprak, was de ongewone ruimtewerking, de grote vlakken in sterke kleuren, de alledaagse onderwerpen en de aandacht voor details uit de natuur. En het 'exotische' en vrolijke natuurlijk.
Nieuwe stijl
Vincent begon met het kopiëren van een paar Japanse prenten, maar daar bleef het niet bij. Dat kwam onder meer door Vincents kunstenaarsvriend Émile Bernard. Die ontwikkelde nieuwe ideeën over de richting van de moderne kunst. Met de Japanse prenten als voorbeeld stileerde hij zijn eigen schilderijen. Daarbij gebruikte hij grote vlakken in eenvoudige kleuren en met stevige contourlijnen.
Geïnspireerd door Bernard, verving ook Vincent de illusie van diepte door het platte vlak. In zijn schilderijen combineerde hij dat streven naar platheid wél met zijn eigen, wervelende penseelstreek:

Platte vlakken en kleur: Vincent schilderde de Berceuse met een losse penseelstreek. Hij combineerde dat met Japanse vondsten zoals grote vlakken in knallende kleuren die door stevige contourlijnen werden afgebakend.

Japan in Zuid-Frankrijk
Na twee jaar liet Vincent het drukke Parijs achter zich. In februari 1888 vertrok hij naar Arles in Zuid-Frankrijk. Daar hoopte hij behalve rust ‘de helderheid van de atmosfeer en de vrolijke kleureffecten’ van de Japanse prenten te vinden.
Vanuit de trein had hij naar het landschap ‘zitten kijken of het al Japans was! Kinderlijk hè?’, zo schreef hij aan zijn vriend Gauguin die ook gegrepen was door de Japanse voorbeelden.
Net als Gauguin geloofde Vincent dat kunstenaars naar meer zuidelijke, ongerepte streken moesten trekken, op zoek naar uitgesproken kleuren. Dat zou hen helpen de kunst verder te ontwikkelen. Met dit idee ging hij naar Arles.
Vincents prentencollectie was bij zijn broer Theo in Parijs achtergebleven. Maar hij had zich inmiddels het ‘Japans kijken’ eigen gemaakt; hij had ze dus ook niet meer nodig.
‘En je kunt volgens mij de Japanse kunst niet bestuderen zonder veel vrolijker en gelukkiger te worden en het doet ons terugkeren naar de natuur, ondanks onze opvoeding en ons werk in een wereld vol conventies’.
Vincent aan Theo, 23 of 24 september 1888

Onderling kunst ruilen
Vincent geloofde dat Japanse kunstenaars onderling kunst ruilden. Hij stelde Gauguin en Bernard voor hetzelfde te doen, en vroeg hen om portretten die zij van de ander zouden moeten maken. Ze stuurden echter zelfportretten. In ruil daarvoor stuurde Vincent een zelfportret waarop hij zichzelf als Japanse monnik had afgebeeld. Met amandelogen en korte, getrimde haren.

onbekend/unknown, Autumn Flowers, Yellow Bird, and Insects, 1875

Vincent van Gogh, Vlinders en klaprozen, 1889
‘Na verloop van tijd verandert je kijk, je kijkt meer op z’n Japans, je ondergaat de kleur anders. Ik ben er dan ook van overtuigd dat mijn persoonlijkheid zich zal ontwikkelen als ik hier lange tijd blijf.’
Vincent aan Theo vanuit Arles, 5 juni 1888

Leven als de Japanners
Vincent was niet alleen geïnteresseerd in de stijl van de Japanse kunst, maar ook in de Japanse manier van leven. Hij nam een voorbeeld aan de boeddhistische monniken die samenleefden en samenwerkten. Vincent wilde in Arles een vergelijkbare kunstenaarsgemeenschap oprichten. Hij nodigde verschillende kunstenaars uit, uiteindelijk kwam alleen Gauguin.
Om aan Gauguin te laten zien wat hij allemaal van de Japanse voorbeelden had geleerd, maakte Vincent onder meer het schilderij Vallende bladeren (Les Alyscamps).
Show-off
In dit schilderij maakte Vincent gewaagde keuzes naar Japans voorbeeld: hij stileerde nog meer dan voorheen. De voorstelling is in vogelperspectief (van bovenaf) geschilderd en de horizon blijft buiten beeld. De compositie heeft een sterke diagonaal. Deze wordt doorsneden door de bomen die de voorstelling opdelen in kleurvlakken.
Japan raakt op de achtergrond
Helaas verliep de samenwerking met Gauguin niet zoals Vincent had gehoopt. De twee kunstenaars verschilden te veel van mening en na een paar maanden ging Gauguin terug naar Parijs. Het vertrek van Gauguin ging gepaard met een hevige ruzie en Vincents eerste psychische crisis volgde, waardoor hij in het ziekenhuis belandde. In die tijd dacht men dat creativiteit en mentale problemen met elkaar verbonden waren. Uit angst voor een nieuwe aanval durfde Vincent hierna niet meer zo gewaagd te schilderen.
Door de worsteling met zijn mentale gezondheid verloor Vincent het geloof in eigen kunnen. Hij bleef schilderen, maar een bijdrage leveren aan het moderniseren van de kunst naar Japans voorbeeld was te hoog gegrepen. In zijn brieven sprak hij steeds minder over de Japanse prentkunst.
In het kort
Vincent nam zijn leven lang de natuur als uitgangspunt voor zijn kunst. De Japanse kunstenaars deden dat ook, en hij herkende dat. Tegelijkertijd boden de Japanse prenten hem het voorbeeld dat hij nodig had om te moderniseren.
‘Al mijn werk berust enigszins op japonaiserieën…’
Vincent aan Theo vanuit Arles, 15 juli 1888
Vincent wilde graag gehoor geven aan de roep om een moderne schilderkunst. De Japanse prenten met hun grote kleurvlakken en stilering wezen hem de weg, zonder dat hij daarbij de natuur als startpunt hoefde los te laten. Ideaal.
____________________
[1] Het wordt algemeen aanvaard dat Kannon de mahayana-boeddhistische bodhisattva (een verlicht wezen dat het boeddhaschap uitstelt om anderen te helpen) Avalokiteshvara vertegenwoordigt. Men neemt aan dat Avalokiteshvara in China is versmolten met de legendarische prinses Miao Shan en/of een taoïstische godin tot Guan Yin, de vrouwelijke godin van mededogen. Tegen de tijd dat de verering van de bodhisattva Japan bereikte, vertoonden de afbeeldingen uiteenlopende stijlen: sommige waren androgeen, maar vele waren vrouwelijk en uitgevoerd in hindoeïstische of Chinese stijlen uit de Tang-dynastie (zie: The Tale of Genji).
Meer Van Gogh op ShakingLife.nl
| EINDE |
