Coronadagboek #6 het witte huis
Het 'witte huis' in Krimpen, met Hein en Meino op de voorgrond (± 1946) Vlak na de oorlog vertrokken we uit de Goethelaan in het Utrechtse Oog en Al - de straat waar ik geboren was, met familie vlak om de hoek en achterommetjes waar ik, nieuwsgierig als ik was, bij de buren in en uit liep. We verhuisden naar Krimpen a/d IJssel, waar mijn vader bedrijfsleider werd op een betonfabriek. Bij het afscheid opende mijn lieve oma Müller, die daar ook in de straat woonde, haar kast en reikte naar de bovenste plank, waar de koekjestrommel stond - een beeld dat in mijn geheugen gegrift staat. Toen de verhuiswagen in Krimpen de fabriek op draaide, zag ik rechts van de ingang een grote boom, die me een gevoel van thuiskomen gaf. Verderop stond het statige huis waar we zouden komen te wonen - het linker gedeelte was ons woonhuis, rechts was het kantoor. Eromheen een zee van betonbuizen. Het huis ziet er op de foto wat sjofel uit, maar op zeker moment was het stralend wit - vandaar de naam ...